
De burgerij neemt het defilé af. Sjokkend bewondert een mensenmassa de eindeloze uitstalling van bezit. De handelsgeest wordt door Koninginnedag extra opgewekt. Menigeen wil een slaatje slaan uit de geboortedag van een wijlen vorstin. Bij elke stuiver, of het laatste dubbeltje kan het een deal zijn. Of no deal. De Hollander toont zich de geboren salesmanager.
En dan het Ballengooien. Dat heet vermaak. Zou Juliana dit voor ogen hebben gehad? Haar verjaardagsfeestje een bric a brac.
‘Er valt wat te halen, mensen!’
Men sjokt voort, langs kleedjes bedekt met restanten inboedel. Er klinkt handjeklap, terwijl geldt: wat een gek er voor geeft. Het overschot wordt hier geëtaleerd als zeldzame koopwaar. Jip en Janneke-puzzels, vier eetkamerstoelen, cassettebandjes in originele verpakking, het houten hobbelpaard. Ze wachten op een tweede leven.
Wij wandelen eigenlijk langs onszelf en kijken schaamteloos in de spiegel. Al dragen we niet alle dagen tot oud roze verschoten oranje. Ik zie me lopen, heel gewoon, niets aan de hand. Verbeelding kent geen plaats. Dit is mijn volk, mijn vaderland en zal het nimmer ontstijgen. Het is zoals het is.









