dinsdag 7 juli 2009

Ongeringd



Een stad zonder ring is geen echte stad. De stad wacht op een aanzoek. Gelukkig is er de serieuze flirt van Rijkswaterstaat. Want met de zogenoemde variant A krijgt Utrecht misschien een heuse snelwegring. De A2 en de A12 krijgen meer rijstroken en de Noordelijke Randweg Utrecht, waar de Zuilense Ring deel van uitmaakt, wordt een snelweg en doorgetrokken van de A2 en de A12. Door, onder of langs Leidsche Rijn...
Op de kaart lijkt de ruimte voor het beoogde tracé alvast vrij gehouden.

maandag 6 juli 2009

Impressie



Bij de rode beuk op de buitenplaats mochten schilders en dichters het antwoord, hun artistieke impressie delen. Naar aanleiding van de vraag: 'Wat doet het landschap met ons.'
Het antwoord op de vraag bleef ik verschuldigd, hoewel de volgende gedachte mij buiten bekroop.

Landschap

Het landt
het schept
het zweeft
het kleeft
het hobbelt
het bobbelt
het vliegt
het zoemt
het zingt
het dwingt
het ruist
het bruist
het pluist
het barst
het knarst
...

zondag 5 juli 2009

zaterdag 4 juli 2009

Bezorgd



Beste postbode,

Een deel van mijn leven is door jou bezorgd. Vriendschap, liefde en familieband bestelde jij op alle adressen waar ik korte of lange tijd doorbracht. Velletjes vol vertrouwelijke vriendinnenvertelsels, verontschuldigingen, prentbriefkaarten, bijgesloten bankbiljetten, bekentenissen, bemoeienissen, alles voldoende gefrankeerd en afgestempeld. Lief en leed bracht jij aan huis. Dank daarvoor.

Uit mijn jeugd herinner ik me je als voorname ambtsdrager van het briefgeheim. Het publieke geheim vandaag de dag is dat er nauwelijks meer brieven verzonden worden.
Alsof mensen niet zo heel lang geleden elkaar meer aandacht gaven, de moeite namen, tijd vrijmaakten. Ervoor gingen zitten, pen en papier gebruikten om gedachten te delen, een postzegel plakten, naar de brievenbus liepen. Jij vormde het sluitstuk van de lange weg tussen zender en ontvanger. Jij bracht hoop, geluk en verdriet. Menig lot werd in jouw handen gelegd. Dan was er van maandag tot en met zaterdag dat ene moment waarop een employee van Posterijen, Telegrafie en Telefonie een voornaam moment van de dag markeerde.
“Is de post al geweest?”, luidde de vraag vol verlangen naar verwachte berichten. Tegenwoordig klinkt twee tot driemaal daags het geklepper. Mensen in blauwe, gele en oranje bedrijfskleding dumpen machinaal voorgedrukt materiaal van massale mailings op de deurmat.

Beste postbode, jouw ambt is verworden tot een noodzakelijk parttime baantje. De mobiele telefoon, SMS en e-mail hebben je altmodisch gemaakt. De godganse dag langs de deuren gaan, terwijl vrijwel het land in continu in verbinding staat en hebben en houwen online verslaat. Het handschrift is vervangen door vliegensvlugge tikvingers op een QWERTY toetsenbord. Aan het bezorgen van reclamedrukwerk en zoveelste vensterenvelop valt geen eer te behalen.

Beste postbode, ik zal je nog gaan missen. Dat geef ik je op een briefje.

Hartelijke groet,


HZ

vrijdag 3 juli 2009

donderdag 2 juli 2009

Ziekenhuisvredebreuk



In de lounge van de afdelingen Cardiologie en Hartbewaking op de tweede verdieping van het ziekenhuis lees ik gezeten achter één van de twee computers de volgende mededeling:
‘uitsluitend bestemd voor patiënten van de afdelingen 2 A en C.’
Ten eerste ben ik geen patiënt, ten tweede slechts bezoeker van een hele andere afdeling, namelijk 2 D. De Intensive Care. Lig je daar eenmaal dan is er weinig lust om te computeren. Gesteld dat de zieke überhaupt kan lopen, laat staan achter een PC plaats nemen, want dan is deze allang heengezonden van 2 D. De patiënten daar hebben allerlei monitoren om zich heen hangen, dat wel.
‘Gelieve u aan deze regels te houden’, staat er ter bevestiging.
Zwaar in overtreding verzend ik een e-mailbericht. De lounge wordt verder bevolkt door een drietal heren, waarvan twee zwaarlijvig. Ze wedijveren om het aantal omleidingen dat hen wacht.
Ineens gaat de mobiele telefoon, een familielid dat ik al tien jaar niet gesproken heb. Terwijl zich een gesprek ontspon, sluit ik de computer af en druk ik in de haast op het witte kruisje, in het rode vakje helemaal rechts boven aan.
Lange rijen tekst bewegen zich ineens vliegensvlug over het beeldscherm. Iets over ‘searching files’ en andere onbegrijpelijke tekst. Dit blijft minuten lang doorgaan. Het roept het beeld op van een ingenieuze hacker die net het netwerk van het Pentagon heeft gekraakt. De harde schijf kraakt en pruttelt.
De drie heren kijken elkaar aan en denken vast dat ik softwareprogrammeur ben. De computer uit en weer aanzetten helpt geen bal. Weer kom ik in de bestandenzoekactie terecht met dezelfde rijen onbegrijpelijke tekst.
Bij de receptie biecht ik mijn overtreding op. En beken ik de patiëntencomputer op heel kundige wijze onklaar te hebben gemaakt. Ze nemen de ziekenhuisvredebreuk luchtig op.
“En sorry mijnheer, de afdeling Automatisering is al naar huis”, luidt de reactie.
Ach, ik heb mijn best gedaan en hartpatiënten kunnen best één computer met elkaar delen.
Even later wordt mijn moeder, komend vanaf de OK voorbij gereden richting IC, en kan ik daarna een SMS-bericht sturen aan bezorgde familie:
‘1e update: armen goed roze en weer aan elkaar.’
Vlak voor verzending voeg ik de ‘d’ toe om onnodige verwarring met het inwendige en uitwendige te voorkomen. Haar bovenste ledematen heeft de chirurg tijdens de operatie ongemoeid gelaten. In elk geval hoeft zij ons niet meer met open darmen te ontvangen.

woensdag 1 juli 2009

Stoptrein



Voet op vreemde bodem zetten betekent een eerste blik op de luchthaven. Die bij de stad ligt, deze stad kent achterland, het achterland een continent. Zo weet ik altijd waar ik ben.
De Bosatlas liet het me zien. Alles is in perspectief aan te wijzen. Dat zag ik ten slotte in de atlas in mijn ouderlijk huis, die mij de indruk gaf dat je met land kon kaarten. Dat de wereld spelenderwijs te bedwingen was. In het dorp was geen vliegveld, wel een station.
In mijn kamer hoorde ik de stoptreinen in de verte gaan en komen. In beide richtingen. Het stelde me gerust, elk half uur te kunnen instappen. Op weg in westelijke of oostelijke richting.
Het geluid van de laatste trein klonk anders, zo definitief. Alsof er geen weg terug was en ik moest blijven waar ik was. En veraf onbedwingbaar leek. Voor altijd veroordeeld tot dichtbij ging ik slapen.
Wat was ik blij als ik de volgende morgen een trein hoorde.