donderdag 3 januari 2013

Mijl op zeven


In de voetsporen van je voorouders treden, noemt hij het. De Amerikaanse journalist Paul Salopek trekt de stoute schoenen aan en gaat te voet vanaf Afrika, via Saoedi-Arabië naar Azië. Langs India en China richting Rusland. Dan via Noord-Amerika naar Zuid-Amerika. Naar Patagonië om precies te zijn. De wandeltocht duurt zeven jaar. National Geographic doet verslag van de reis.

Dubbele stappen
Alleen wat in de rugzak past, neemt de 50-jarige Salopek mee. Bij terugkomst is de lange afstandwandelaar 57 of misschien al 58. Hij wil onderweg grote verhalen schrijven over thema's als klimaatverandering, armoede en massamigratie. Om de 100 mijl volgt een pennenvrucht. 'De mijl is een lengte-eenheid van oorspronkelijk een afstand van duizend dubbele stappen', zo kom ik te weten door Wikipedia. Omgerekend volgt zo'n beetje na elke 160 kilometer een verslag, reportage, interview of iets dergelijks.

Op en neer
Paul Salopek zal een notebook bij zich hebben, of op z'n minst een smartphone. Over de kredietwaardigheid van de tweevoudig Pulitzer Prize winnaar maak ik me geen zorgen. Een creditcard neemt weinig ruimte in beslag. In voorkomende gevallen, eventuele familieomstandigheden, vliegt hij even op en neer naar huis. Nieuw schoeisel en passende kleding zal op de route gereed liggen. In een hotel, vast en zeker.

Blokje om
Het blijft hoe dan ook een eindje tippelen. Petje af voor Paul. Stap voor stap zal hij zijn missie volbrengen. Met een 'mozaïek aan verhalen' als resultaat, te volgen via http://www.nationalgeographic.com/outofeden/ en  http://lab.outofedenwalk.com/
Het leven van alledag gaat ondertussen verder. Je zou net zo goed een blokje om kunnen. Afstand en tijd veranderen de geschiedenis niet, evenmin verandert vandaag door de voettocht van Paul Salopek. Zullen zijn grote verhalen dat wel doen?

Weinig betekenis
'Er is tegenwoordig te veel informatie en te weinig betekenis', aldus de wandelverslaggever. Waarmee mijn persoontje informatie verstrekt. Al bloggend werk ik vrolijk mee aan 'te veel informatie'. Paul Salopek doet zelf ook mee aan 'te veel informatie'. Door middel van tekst, beeld en geluid verspreiden. In het kader van de voetreis door hem 'slow journalism' genoemd. Wat is de betekenis van in zeven jaar 21.000 mijl afleggen? Slow journalism kan ook met een ommetje in de buurt.




woensdag 2 januari 2013

Alle Joop van Zijlen bijzetten

Jaarlijks trakteert de NOS de kijkers op 1 januari op het Neujahrskonzert van de Wiener Philharmoniker. Een pensionado-project voor de voormalige nieuwslezer Joop van Zijl (78). Om in de sfeer te komen was er op oudejaarsavond al de Tijd voor MAX Oudejaarshow, met onder meer Mies Bouman (83) als gast. Joop van Zijl en Mies Bouman brengen als geen ander in beeld dat televisie een achterhaald medium is. Een Gooische serviceflat vol open deuren. Vergane glorie uit de vorige eeuw. Het zijn uitsluitend senioren en oudere jongeren die naar het journaal kijken. Om stipt 20.00 uur. En later op de avond inschakelen voor Nieuwsuur.

Ondertussen verandert de wereld. Jongeren stemmen af op hun digitale kanalen. Zijn eigen mediamanieren aan het leren. Ze creëren nieuwe zuilen zoals Hyves, Facebook, Twitter en Tumblr. Jongens en meisjes schitteren als anchor op hun eigen medium. Elk bericht is breaking news, de hele dag door prime time. Ga daar maar publiek tegen aan omroepen. Probeer de jongere generatie eens bij de les te houden.

Terug naar Hilversum. De gedroomde fusie is die van MAX met de NOS. Binnen een paar jaar zijn de presentatoren en de doelgroep vanzelf verdwenen. Dat levert een miljoenenbesparing van gepasseerde tv-stations op. Ruimt heerlijk op al die oude, versleten koppen. Omroepiconen uit de twintigste eeuw kunnen bijgezet worden in Hilversum. Het Nederlands Instituut Beeld en Geluid als mediaal mausoleum. Maak van het Mediapark een geriatrisch pretpark. Met als therapie de godganse dag beelden bekijken van voorbije dagen. Those were the days. Televisie is een oude doos, en niemand wil 'm weggooien.

dinsdag 1 januari 2013

Chocobombe-check

De namen van verschillende vuurwerkproducten spreken boekdelen als feestartikel. Neem Moon Travellers (with whistle), Crackling Spinner en Celebration Cracker XXL. Verder lees ik over cakes, fonteinen en pijlen. De naam Grondbloem blijft me het meeste bij. Het heeft iets poëtisch, zou tevens pleonasme kunnen zijn. Immers, zijn niet alle bloemen grondbloemen? Zonder grond, geen groei. Zonder aarde en water lijkt er geen beginnen aan als bloem. Zonder grond geen bloem.

Voortbordurend hierop, klinkt grondbloem ineens minderwaardig ten opzichte van de spreekwoordelijke muurbloem; een meisje dat ongevraagd overblijft, dat voortdurend aan de kant zit tijdens een dansavond. De grondbloem zou een meisje kunnen zijn dat aan de kant ligt. Gelijk een junkie in de goot. Dan kun je beter aan de kant tegen de muur zitten.

Ach, de naamgeving van ander vuurwerk verbloemt nauwelijks het geweld aan boemen en bammen: Thunder, 90 schots mitrailleurband, Super Ratelband met, naar keuze, 90, 400, 1.000 dan wel 1.500 shots. De Powerbox Stinger bevat volgens de folder: ' 152 schoten puur geweld'. De overtreffende trap is de Powerbox Extreme met 'snoeiharde beuken'. Wat te denken van 'de hardste single shot mortier van Nederland' de Flower Thunder 18. Ben benieuwd of de 'zeer zware' mortier Rockett XXL nog harder beukt.

Zo knallen we met 'puur geweld' het nieuwe jaar in. Het kerstnagerecht Chocobombe van Jamie Olivier was in dit licht bezien evenmin vreedzaam te noemen. Een snoeiharde beuk voor menig buikje. In oorlogen in voorbije dagen was er wel eens een wapenstilstand tijdens de feestdagen. In de 24-uurs-economie lijkt er geen tijd voor vrede. Doorknallen luidt het devies.




donderdag 10 november 2011

'Maxima!'














Kwam net voorbij fietsen. Een mevrouw naast me riep haar voornaam. Niet bepaald een voorname manier van aanspreken. 'Koninklijke Hoogheid' was beter op z'n plaats geweest. Maar ja, dat bekt niet zo lekker.

dinsdag 17 mei 2011

Bovenkamermeisjes














Ik had kamermeisje kunnen worden. Bij wijze van spreken. Maar ik werd minibarman. Dat is meer een jongenstaak vond het uitzendbureau. Drank bijvullen en nootjes. De kamermeisjes kwam ik wel eens tegen op een van de verdiepingen. Je hebt ze in alle gedaanten. Kamermadame, kamermokkel, kamermoeke, kamermoppie. Alsof elke kamer een eigen meisje heeft. Een kamermaitresse heb ik zelf nooit leren kennen in ons hotel.

Wat doet een kamermeisje op een kamer van een gast die aan het douchen is? Tja, soms is ze badkamermeisje. Als de huiskamer, woonkamer, zitkamer en wachtkamer gedaan zijn. Ze zitten overal die meisjes. Er is genoeg forensisch bewijs voor te vinden. En als ze zich niet in welke kamer dan ook bevinden, verblijven ze in menig mannenhoofd. De bovenkamer. Of een deel van hun lichaam in elk geval. Billen, borsten dan wel benen.

Een hotelverblijf kent eigen mores. Er bestaat een bordje met boodschap om ongemakkelijke situaties te voorkomen. ‘Do not disturb’, luidt het internationale gebod. Sommige gebruikers controleren de kortste route naar de nooduitgang. Anderen zoeken kamermeisjes. Er is verder weinig aanloop in slaaphuizen. De kamermeisjes bieden gegarandeerd dagelijks bezoek op gezette tijden. Je hebt altijd aanspraak na het inchecken als gast. Hoe proper wil je het hebben? Alle smetten worden weggepoetst. De vuile was afgevoerd. In een hotel is alles aan kant. Gedane zaken worden met een creditcard afgehandeld.

Misschien bestaat er zoiets als logies met kamermeisje. En ontbijt. Alsof het deel uitmaakt van de overnachting. All inclusive in de ruimtste zin van het woord. In sommige hotels is dat nu eenmaal zo. Waar een ‘happy end’ in de huisregels staat. Elke dag komen er weer nieuwe meisjes. Voor andermans gerief. En uitwissen van de sporen in de beslapen sponde. Om de afgelopen nacht als niet terzake te beschouwen.