zondag 31 mei 2009

Seizoen



Het badseizoen is begonnen met een bezoek aan ons vaste strand.
Mijn zandvoeten zitten als gegoten. Als vanouds streelt de wind mijn huid samen met de zon. Zo sol ik met de elementen. Of zij met mij.

zaterdag 30 mei 2009

Schop



Bij aankomst per trein op het Centraal Station van de residentie denk ik aan een regel uit het liedje 'O o Den Haag'.

'Dat Nieuw Babylon moest dat er trouwens eigenlijk
nou wel zo nodig komen?'

Nieuw Babylon gaat rigoreus op de schop. Welke stad verwelkomt je na een treinreis trouwens niet op een bouwput? Een stad zonder bouwput rond het station is geen echte stad. Stadsbestuurders en projectontwikkelaars bombarderen stationsgebieden wellustig tot paradijsjes vol vierkante centimeterexploitatie. Het gaat om precisie-baatzuchtigheid waarbij menig strijkstok bijna breekt van wat er aan opbrengsten aanhangt.
Naar 'De Haag, mauie stad achtâh de dùine' is het ondertussen zoeken geblazen.

vrijdag 29 mei 2009

Opdracht



De kersverse P.C. Hooftprijs 2009-dichter doet verwoede pogingen bij het drankenbuffet te geraken. Onderweg wordt hij telkens staande gehouden. Door de cultuurverslaggever van de Provinciale Zeeuwse Courant (PZC), Freek de Jonge, familie, vrienden, bekenden, geliefden, groupies, slijmjurken en wouldbe's.
"Even iets te drinken halen. Ik heb een houten bek". probeert hij dapper. Weer zet hij een handtekening op de titelpagina van de gelegenheidsbundel die alle gasten ontvangen. En nog een handtekening. Het lijkt een stilzwijgende opdracht. De pen als instrument om zijn door de jury genoemde eigenzinnigheid op te tekenen. In hiërogliefenschrift waar dokters een puntje aan kunnen zuigen:
'Hans Verhagen
Pc Hooft 28-05-09'

donderdag 28 mei 2009

Openbaar



Grote stations zijn een bonte verzameling medemensen die me nieuwsgierig maken. Onderweg probeer ik in een flits een indruk te krijgen. Waar woont de advocaat-stagiaire, strak in het lichtgrijze pak die koket met zijn plu en leren aktetas door de traverse flaneert? Wanneer krijgt hij door dat de lange flap van zijn zijden das onbedoeld over de rechterschouders gedrapeerd is. In plaats van dat die voor zijn buik hangt. Zoals een das hoort te doen. Met alleen de korte kant, in fel rood ziet zijn witte hemd er potsierlijk uit.
Het Roemeense meisje met accordeon bij de uitgang aan het busplein traint, net als elke werkdag, voor de wereldkampioenschappen meelijwekkend misdeeld kijken.
Grote stations zijn een showroom vol mooi, lelijk, raar, maf, oud, jong, vies, schoon, dun en dik volk dat zich openbaar laat vervoeren. Jammer dat ik meestal haast heb als ik op grote stations kom.


woensdag 27 mei 2009

Wiman's werkelijkheid (slot)

Witman wil graag het licht zien maar het is donker in zijn hoofd. In de veelbelovende sabitical is hij niet verder gekomen dan een stacaravan in het oosten des lands.
Hij is de cyberseks zat en klaar met het café. De strohalm voor een geregeld leven heeft hij teniet gedaan door de lieve liefde de bons te geven.
Duco Witman staat er gekleurd op, vindt hij zelf. Het levert een fraai zelfbeeld op vol zelfhaat. Want als er iets is wat Witman goed kan dan is het om zichzelf te haten. Hij houdt ervan. Net als hij er van houdt telkens opnieuw te beginnen. Om te beginnen moet hij ook eindigen. En dat doet Witman voor de zoveelste keer. Hij eindigt open. Om daarna echt te beginnen.

dinsdag 26 mei 2009

Boekhappen



Soms lees ik een roman of ander boek. En geniet met volle teugen van het leesvoer. Dat is voor een lettervreter geen noviteit. Maar het komt voor dat ik zó in het verhaal zit, en de personages op de huid, dat ik ga eten of drinken wat de personages eten of drinken.
Lezen maakt me dikwijls hongerig dan wel dorstig. Het begon met zuivere Stolichnaya die advocaat Ernst Quispel in grote hoeveelheden soldaat maakt in A.F.Th's Advocaat van de Hanen. Verder speurde ik de stad af naar flesjes Bintang na het lezen van een passage in Expats van Max de Bruijn. Kocht ik een fles Glenfiddich single malt van twaalf jaar door Blauw bloed door Binnert de Beaufort. Verorberde ik Parijse Wafels van Jules de Strooper en zeevruchten in donkere chocolade met hazelnoot-pralinévulling vanwege de Monster trilogie van Tom Lanoye. Gisterenavond at ik ‘de chocoladerand van een Miky Way en draaide van de witte massa een bal’, zoals Ronald Giphart beschrijft in Kicks voor niks uit de bundel verzamelde columns Mijn vrouw & andere stukken. De luchtige vulling plakt behoorlijk aan de vingers met dit warme weer.
Het eten en drinken van romanpersonages of de auteur tot me nemen noem ik drukspijs, lettervoedsel of schrijfeten. In elk geval krijgen de begrippen leesproef en drukproef hiermee een hele andere betekenis. Het is maar dat u het (w-)eet.

maandag 25 mei 2009

Buurtman en buurtman

Met enkele mijn buurmannen kan ik lezen en schrijven. Letterlijk. Dat wil zeggen, de buurmannen die ik bedoel, wonen niet allemaal per se pal naast me maar wel op loopafstand in de buurt. Daarom noem ik ze buurtmannen. Ik kan goed met ze door één deur, zoals dat heet, en dat geldt natuurlijk voor mijn eigen voordeur.
Wat doe ik zoal met mijn buurtmannen? Behalve nu en dan hoognodige gesprekken voeren, schakelend van laag naar hoog niveau en weer terug. Met de een corresponderen, met een andere luisteren, lezen, lachen of fitnessen. Met de volgende, als hij ’s nachts terugkomt na een voorstelling, jonge graanjenever drinken en een Cohiba roken. Oftewel, we praktiseren in de ruimste zin de uitdrukking: Mens sana in corpore sano: ‘Een gezonde geest in een gezond lichaam’.
Gezamenlijk kunnen we de wereld aan. In ieder geval de kleine wereld van onze directe woonomgeving. En dat is noodzakelijk om de opgroeiende kinderen, waaronder die van mezelf, in toom te houden. Van de buurtmannen met kroost dat allang de ‘waarom?-‘fase achter zich liet, ontvang ik dikwijls vaderlijke adviezen.
Mijn buurtmannen en ik boffen met elkaar en samen vormen we de homo universalis in het kwadraat.

zondag 24 mei 2009

Ovatie



‘Wat zegt een naam?’
Bij de ingang van het theater zegt een naam genoeg. Als je de naam van broeder Lorenzo mag noemen. En ze zien dat er vrijkaartjes gereed liggen. Dan is een naam toch wel zo gemakkelijk. Dankzij de buurman, van beroep acteur, die een prominente rol speelt in Romeo en Julia.
Voor de spelers, zo begrijp ik na afloop, is het een ‘rustige zaal’ wat zo veel wil zeggen dat ze voor een keurig publiek spelen. Daartussen zit ik keurig buurman te wezen. Hoe hard ik ook klap, en als claqueur jeu wil geven, ontstijgt het goedgemanierde publiek nauwelijks de ovatie door een provinciale zaal vol nette mensen.
"B'vo", mummel ik.
"B'vo". En ik meen het.

zaterdag 23 mei 2009

Bruggetje



Het bruggetje in het park voert naar een vijver met bankjes er omheen. Op één van de bankjes bracht ik ooit een middag door. Verzuimend van college of werkgroep tijdens een studie die ik voor de verandering wél succesvol beëindigde.
Aan bankjeszitters mankeert over het algemeen iets. Het zijn meestal mannen. Vaak alcoholist of landloper. 'Normale' mensen hebben doorgaans geen tijd om op een bankje te zitten. Een verliefd stelletje of hangjongeren zijn tenslotte ook abnormaal. Wie anders laat lege bierblikjes achter? Van huismerkbocht uit de dichtsbijzijnde buurtsuper.
Ontdaan van de waan van de dag, en de haast is een bankje in het park de juiste plaats voor een goed gesprek. Alleen jammer dat het aan geschikte gesprekspartners ontbreekt. Stel nu eens dat Wilders naast me zit.
"Zeg Geert, je kunt nu wel hard roepen hoe je het allemaal zou willen, maar licht eens toe wat je precies gaat doen."
Met allemaal kleerkasten om ons heen is de ambiance verstoord. Dan is het park het park niet meer.
Zo loop ik gewoon door. En laat de bankjes links liggen. Als je een stukje wilt schrijven heb je een bruggetje soms hard nodig.

vrijdag 22 mei 2009

Mededeling



Als reiziger hoor ik vanzelf omroepen als de trein minder op tijd binnenkomt. Of op een ander perron.
‘Dingdong. Dames en heren, …’, begint steevast zo’n bericht. Zelfs met alle automatisering en computerprogramma’s vandaag de dag blijkt een omroepinstallatie zeer effectief.
Turend naar de vertrektijden op de monitor valt mijn oog op een foutmelding. Precies zoals thuis op mijn eigen computerscherm. Zo’n Microsoft mededeling over 'default' en nog wat van die acrabadara.
Zouden ze bij de NS ook Vista gebruiken, vraag ik me bezorgd af. En is dat dan soms de reden voor de wissel- of seinstoringen die menig station teisteren.
Nu ja, wat maakt het uit. Al gaan alle servers plat. Al ligt het hele netwerk er uit. De spoorbaanbeambten blijven omroepen. Desnoods met een roeptoeter.


donderdag 21 mei 2009

Vlees

Hemelvaart. Midden in de week een zondag. Je zou zo’n donderdag wel zonderdag willen noemen maar deze naam is al geclaimd. Door voedingsdeskundigen, als die ene dag per week zonder vlees. Zondag kan dus nooit zonderdag zijn. Want dat is de grote dag dat hardwerkende, afwezige vaders als onbekende man het vlees snijden. Hoewel, vanwege kredietcrisis snijden vele vaders steeds vaker het vlees van maandag tot en met vrijdag.
Terug naar de donderdag van Hemelvaart. Tot mijn schande wist ik het niet meer. Wie nu naar de hemel voer, en waarom. De Jezus van vlees en bloed verdween in de wolken, zo lees ik:

“Toen hij dit gezegd had, werd hij voor hun ogen omhooggeheven en opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet meer zagen. Terwijl hij zo van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel staarden, stonden er opeens twee mannen in witte gewaden bij hen. Ze zeiden: “Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken? Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan." (Handel.1:9-11)

Tot nu toe was de hemelvaart een enkele reis. De transfer daarboven laat geruime tijd op zich wachten. Schriftgeleerden beweren bij hoog en bij laag dat Jezus ook voor de terugreis boekte. Joris Linssen van Hello Goodbye ('Ook NCRV!') wacht al enkele televisie-seizoenen in spanning op Schiphol.
De ongelovigen vieren ondertussen braaf mee dat Christus is opgevaren naar God, zijn vader in de hemel. Zou dit ook een hardwerkende, afwezige vader zijn die op zondag het vlees snijdt? Of is hij ten gevolge van de kredietcrisis wat vaker thuis?

woensdag 20 mei 2009

Witman's werkelijkheid

Wanneer Duco Witman met een meerdere spreekt, ligt zijn vulpen in de aanslag. Alsof hij daarmee zijn slagkracht toont en stelling neemt. In de koude oorlog tussen medewerker en leidinggevende
‘Pas op want ik schrijf het op!’, lijkt de wapenspreuk.
‘En alles wat ik schrijf is trefzeker.’
Witman spreekt al zijn hele leven lang met meerderen. Hij heeft een talent om de mindere te blijven. Een ongrijpbare God, een B-heilige die alleen zichzelf vereert. In een streven bovennatuurlijk te zijn maar bovenal een doodgewoon wezen blijft.

dinsdag 19 mei 2009

Ontvangst



In de hal van het kinderziekenhuis zie ik in de verte een balie. Het zicht wordt ontrokken door een pilaar en een krantenrek bij de winkel. En de samengespannen heliumballonnen met vrolijke tekenfilmfiguurtjes. Zo lees ik boven de balie: 'angst/informatie'.
Een mevrouw, de vriendelijkheid zelve, wijst ons de weg naar de poli Rood, verpleegafdeling Eekhoorn en receptie 8. Langs gereedstaande kinderbedjes, opgemaakt en wel alsof de Chef de clinique elk moment een doodzieke schoolklas verwacht, maken we de gang langs de doktoren. Kinderarts, zaalarts en KNO-arts. Alle drie willen ze luisteren kijken en aan mijn kind zitten.
Bbette mag een nachtje blijven. Voor een diagnostische opname. Het diagnostische klinkt bijna geruststellend. Ze gaan ademhaling en zuurstofwaarden monitoren. 's Ochtends bloedprikken om bloedgas te meten. Mamma mag ook blijven logeren. Op een stretcher.
'angst/informatie'. Geen gekke dienstverlening voor de ontvangstbalie in een kinderziekenhuis. Vooral voor ouders die hier binnentreden. Vol gedachten, tussen hoop en vrees. Maar vol goede moed om je kind, die het doktertje spelen op locatie reuze-interessant vindt, natuurlijk niets te laten merken.

maandag 18 mei 2009

Kadettilac



Als je gebruiksvoorwerpen of andere roerende goederen maar lang genoeg bewaard, neem een wasbord of de allereerste zakcalculator, dan worden ze vanzelf mooier dan voorheen.
Voor sommige auto's, hoe ordinair het model destijds ook was, geldt hetzelfde. Het schijnt dat de eerste modellen mobiele telefoon, soms koelkast genoemd, ook weer terugkomen. Nostalgie is handel.

zondag 17 mei 2009

Stuw



Mijn gedachten zijn in het water gevallen. En de zorgen ook. Op de stuw bij Odijk. Waar de Langbroekerwetering afwatert naar de Kromme Rijn. De waterwegen komen samen om vervolgens gebroederlijk op te trekken. Stroomafwaarts. Oeverloos kan ik staren en kom tot bedaren. Hier wil ik mijn zielenrust tot de bodem bereiken. Het brein gaat zowaar weer even vloeiend bewegen. Alsof alles wat ik te verstouwen heb verdwijnt. Water krijgt me in bedwang met het gekunstelde, kabbelend geluid in de polder. Als een bergbeek in de lage landen op zo’n ruim tweeënhalve meter boven Normaal Amsterdams Peil. Deze positie is voor zolang het duurt een hydrografisch ijkpunt in mijn meanderende bestaan.
Het maaiveld is mij hoog genoeg.

zaterdag 16 mei 2009

Spookdorp



Minister Eberhard van der Laan, van Wonen, Wijken en Integratie is bang voor spookdorpen. Mij lijkt het juist zalig om een poosje in een spookdorp te bivakkeren. Geen burengerucht, nauwelijks verkeer en… de stilte om je heen. Eindelijk eens een plaats waar niets te doen is. Ver weg van de uit haar voegen barstende Randstad volop de schoonheid van verval genieten. In de verre omtrek geen windowdressing van spiegelglazen hoogbouw en opgepoetste voorgevels. Nee, puin op de stoep, verf die afbladdert, rotte kozijnen of manshoog gras in de voortuin. In de verte een verdwaalde trekker.
Vroeger moest je op spookdorpenjacht in Bretagne of Zuid-Europa. Nu kun je – fijne vakantie in eigen land – dicht bij huis een spookdorp bezoeken. Lege huizen, dichtgetimmerde winkels. Een handjevol bejaarden dat krom als een hoepel op een bankje naast de kerk wacht tot hun tijd is gekomen. De jeugd heeft hen allang verlaten. Het gerucht gaat dat hun gehucht wordt geruimd. Streekbussen rijden er met een boog omheen omdat geen mens in- of uitstapt. Holland en Utrecht zijn vrijwel onbereikbaar vanuit hier. De landkaart lijkt dit gat vergeten.
Huppel, Henxel, Oosterwijtwerd of Oterdum. Er wordt wat afgespookt. Zijne Excellentie Van der Laan ziet liever forenzen bumper aan bumper via de turborotonde een treurniswekkende nieuwbouwwijk verlaten. Dat is pas leefbaar in zijn visie.

vrijdag 15 mei 2009

Gezwam













Bestaat er zoiets als visueel kabaal? Dat je je ogen dicht wilt doen en van gekkigheid niet weet waar je kijken moet. Verkeersaanduidingen, reclameborden, abri's behangen met wervende boodschappen. Ze komen op je af als vliegende sneeuw. Knipperen helpt nauwelijks. Wrijven evenmin.
De openbare ruimte in Nederland is klein en iedereen wil zijn of haar zegje doen. Jan en alleman moet zonodig kunnen melden wat'ie wil. Het gewauwel op televisie verplaatst zich nu ook naar de straten en bermen. Als je naam maar valt, denkt de ondernemer die een bordje timmert. Nu snap ik de ontlezing steeds beter. Mensen zijn de mededelingen meer dan zat. Geen moment is er rust. De hele dag door bestookt met informatie. Vaak zijn het letters, in de toekomst staan er joekels van full HD schermen met onafgebroken bewegende beelden langs de kant van de weg. Op elke straathoek een LCD display, wat het ook zijn mag. Nog meer palen en straatmeubilair.
Taal noch teken wil ik vernemen. Ze kunnen van mij het dak op met de terreur van tekst en uitleg. Ik zie graag vooral ruimte in de openbare ruimte. Zolang iedereen iets kwijt wil, verliezen we de vrijheid uit het oog. Ongehinderd vooruit kijken is er nauwelijks meer bij. Ondertussen zitten we mooi opgescheept met een hoop gezwam in de ruimte.

donderdag 14 mei 2009

Goedemorgen



Daar zijn we weer. Aan de slag voor het salaris. Vandaag er op uit. Verslag doen van een evenement. Dus met professionele permisie de deur uit. Zo lijk ik een ontsnapte loonslaaf of op een soort proefverlof uit een dolhuis, het dagverblijf voor gelukzoekers.
Weg van achter een bureau, geen computer voor de neus en eens een ander uitzicht dan Microsoft Outlook en Word.
De buitenwereld wacht. 'Hallo, ik ben er even niet', luidt de boodschap. Hierover piepen laat ik achterwege, een bericht inspreken is onnodig.
'Hij zit niet op zijn plek', zullen tevergeefse bellers horen. Ach, wie zal hem missen?


woensdag 13 mei 2009

Witman's werkelijkheid

Hoe vaak Duco Witman doktertje speelde herinnert hij zich niet precies. Liever was hij trouwens patiënt. Om lang onderzocht te worden. Basisschoolleerling was hij, en donders goed op de hoogte van waar Abraham de moster haalde. De zustertjes uit zijn klas waren er druk mee. Het nodige moest gevoeld en betast worden. Een veel aangenamer tijdverdrijf dan piemeltje kijken, vond Duco. In een koude schuur of het oude krantenhok naast de school.
Tegenwoordig vervangt een webcam de koude schuur. Nu kan Duco Witman vanachter zijn personal computer onbeschaamd geslachtsdelen bewonderen. Slim uitgebate sites vormen het doorgeefluik voor vlees in hoge resolutie. Eerst nog bedekte bovenlichamen, een verhulde boezem. Dan de chat vol beleefdheden en leugens. Naam, leeftijd en huwelijkse staat verdraaid al naar gelang het doel. Daarna verdwijnt het topje, worden plagerig tepels beroerd. Tijd rekken, lijkt de opdracht van de internetondernemer. Verveeld wrijven over de venusheuvel. Eindelijk gaat het broekje uit. De camera zoomt in. Vervolgens ontvouwt zich een vulva wereldwijd. Vingers graaien, draaien en strelen tot de webcamgirl zich gaat vervelen. Tachtig cent per minuut is de opbrengst voor de porno-provider. Tel uit je winst voor een vlakke vertoning van eendimensionaal vermaak. Plus de kosten van de mobiele telefoon.
Duco wil geen enen en nullen, geen bits en bites. Geen tweeëntwintig inch intimiteit. Hij walgt van de desktop-schatjes, de als ‘leuke dames uit Nederland en België’ aangeprezen exhibionisten. En hij als VGA-voyeur. Hij sluit de computer af.
Duco verlangt naar de koude schuur en mist de mierentietjes van zijn eerste vriendinnetje.

dinsdag 12 mei 2009

Hatsjie



Het is weer terrassenweer. Horeca-exploitanten geven het sein, voor hen is het seizoen begonnen. Stoelen en tafels staan klaar. Parasollen bij de hand. De binnenstad is zichtbaar in haar element en keert zich naar buiten. Zon en wind stoeien om een plek op het plein. ’s Morgens en in de schaduw is het nog te koud om op het terras te zitten. Liever wacht men tot de wolken de wijk nemen. En de middagtemperatuur oploopt.
De naderende zomer ontvouwt een andere wereld. De mensheid toont zich weliswaar op straat maar is besluiteloos. Heen en weer geslingerd tussen koud en warm, binnen en buiten, bloot of bedekt, een trui dan wel hemdsmouwen. Het lijdt geen twijfel; lente houdt ons voor het lapje. Mei neemt ons mooi in de maling. De weergoden trappen elkaar op de tenen tijdens een tango.
Het mag dan weer terrassenweer zijn maar binnen is het – “Hatsjie!, sorry” - toch behaaglijker.


maandag 11 mei 2009

Milieustraatfeest



In de milieustraat moet je zijn. Vooral op zaterdagmorgen. Als de klussers het op hun heupen krijgen. Auto’s rijden af en aan. De aanhangwagen volgeladen. Een opgeruimde goegemeente dumpt hun gesorteerde vuil bij wat soms verhullend aanbiedstation heet. Of brengdepot.
Mensen in alle soorten en maten ontdoen zich van zoveel verschillende spullen. Surfplanken, skistokken, matrassen, tuinaarde. Sporen van allerhande hobby’s zijn nauwelijks aan te slepen. Durft iemand te beweren: ‘Laat mij uw achterbak zien en ik zal zeggen wie u bent’?
In de rij om te mogen storten opent een man het raampje en vraagt de gemeentemedewerker naast de slagboom:
“Help jij even mee uitladen? Daar betaal ik toch belasting voor.”
Een vijftiger met twee emmers vol lege wijnflessen bij de glasbak herkent de man, verderop bij de puincontainer.
“He, buurman!”
Een plek voor bijzonder afval en bijzondere ontmoetingen. Het is maar goed dat ze er geen koffie schenken. Of een terras openen. Dan werd de milieustraat de gezelligste straat van het land. Aanloop genoeg.


zondag 10 mei 2009

Bilthoven aan zee

Hoor ik daar ruisen van de zee
of de stoptrein op het spoortracé?

Bilthoven-Noord lijkt Bergen
in Utrecht zonder schilders
en oorspronkelijkheid

Wat rest is fantasie
die maakt dat duinen
op loopafstand zijn

Een strandwandeling voert
langs economische getijden
vol overvloed en tegenspoed

Deze grond wordt duur betaald
op de afslag van onroerend goed

Ballen veinzen bink te zijn,
die als baken op hun oprijlaan staan
beslist geen jongens van Jan de Witt

Compagnie van koude kak
waarvoor geldt dat de kersen
te prijzig zijn en niet op smaak

Lommerrijke lanen
langs bos en tuin
op weg naar Bosch en Duin

Op weg naar de zee die geen zee is
maar een branding met aangespoelde
tegoeden vol schuimend Te Koop Te Koop



Bilthoven, juli 2004

zaterdag 9 mei 2009

Verder



Het weekeinde is begonnen. De rouw vervangt een hoop rumoer. Nu moeten nabestaanden het zelf doen. Zonder de royale aandacht.
Het verhaal van een volksfeest als aanloop naar een lang weekeinde is ten einde. Door één man in zijn auto aan gruzelementen gereden. Hij kegelde vol gas monarchisten omver en schreef geschiedenis. Een aanslag op het gezonde verstand maar wat hem bezielde is meegegaan in zijn graf.
De lijkt rijp om het te laten rusten. De massa geeft het verdriet terug aan de intimi. Het land wil door. We moeten verder.

vrijdag 8 mei 2009

Achterplaats



Wie veel reist... leest zich in. De reisboekverkoper grossiert in gemeenplaatsen en geeft klanten een doel. Wegenkaarten voor de woestijn, hangplekken in Hong Kong en een kiss and ride in Kameroen. Elke achterplaats in Azerbeidzjan staat op de plank. Altijd prijs en dus kassa, met ruim aanbod in huis.
Eenmaal de bestemming bereikt, geen neus meer in de boeken. De afgerekende Lonely Planet vol ezelsoren, daarna proefondervindelijk op expeditie, speurend naar verhalen voor thuis.
Hoe uitheems is een middenstander als gids met een grootboek die wat te stellen heeft bij menig journaalpost. Als de boeken aan het eind van het jaar maar kloppen.
“Reist u zelf veel, mijnheer?”, durf ik te vragen bij het betalen van een prentbriefkaart vol Budha-beelden, ver weg vastgelegd.
“Wie moet er dan op de winkel passen?”, luidt de wedervraag die me leidt naar een bekende weg.
Het brengt me direct dicht bij huis.

donderdag 7 mei 2009

Klak



Hier ligt een bruggetje. Dat mij met lang geleden verbindt. De enige Nederlandse Paus, Adrianus de zesde, kocht het pand in 1517. Maar... ieder huisje heeft zijn kruisje. Het noodloot liet zich eeuwen later afzetten. Om gewichtig uit de limousine te stappen. Seyss-Inquart, Göring en Himmler hielden halt voor deze deur. Hun rechterarm geheven. De hakken van glimmende laarzen tegen elkaar. ‘Klak’, klonk boven de Kromme Nieuwegracht. Zoals protocollair vereist. Het huis vol historie ziet het plechtig aan.
Limousines rijden af en aan. Tot op de dag van vandaag. Nu vergaderen andere hooggeplaatsten of laten lieden zich in echt verbinden. Hoera voor het huwelijk tussen heden en verleden. Het al houdt al vele oorlogen stand.

woensdag 6 mei 2009

Witmans werkelijkheid

In het cafe billard zoekt Duco gezelschap en naar woorden. Woorden om de weerzin te beschrijven die hij waarneemt bij de benadering door zijn oom. De benadering blijft beperkt tot elektronische post. Eens in de vijf jaar een bericht. Oom Armin heeft een hekel aan hem. Zelfs in een kattenbel leest hij Duco de les. Een levensles in beter weten.
Het handjevol klanten praat aan het enige ronde tafeltje en klaverjast een potje.
“Nog een bier dan, Edwin”, Duco spreekt de woorden uit alsof hij een conclusie trekt. Een voorlopige dan. Als aankondiging van zijn vertrek na een bezoek dat ook geen soelaas biedt. Nog steeds ziet Duco geen kans om te vertellen hoe afkeer leest tussen de regels door.

dinsdag 5 mei 2009

Spuitbushalte



Bij de stopplaats ophouden lijkt me al geen pretje. Sta je daar met niemand bij je. Te wachten op een autobus. En wat je ziet is een flinke fallus. De spuitbus is wel al langsgekomen. Met roze verf werd een mannelijk geslachtsdeel aangebracht. Compleet met scrotum. De kleur zegt misschien iets over de afzender. Waar het hart van vol is…
Of is het een daad van verzet, een symbool, dat zijn betekenis nog gaat prijsgeven. Wie weet geeft de roede een stopteken. De pielemuis hoeft geen strippen te laten zien. In vol ornaat valt niets te verhullen. Stapt u maar in, jongeheer.
Ga zo maar door met het aanzwengelen van dubbelzinnigheden. Hoog tijd om de halte te kuisen want wie hier wacht op de bus, zo vind ik, staat toch een beetje voor lul.

maandag 4 mei 2009

Duivels

Als ‘onbeschrijfelijk’ omschreven gebeurtenissen in de wereld, en dicht bij huis, laten zich wonderwel samenvatten. Teruggebracht tot enkele feiten en een lijstje van aantallen doden en gewonden. Voor de krantenlezers en televisiekijkers dan. Getuigen zullen lang zoeken naar woorden.
Bij tijd en wijle bekruipen mij boosaardige gedachten. Dat ik iemand iets zou willen aandoen. Tot nu toe blijft het bij gedachten. Zo gis ik naar de redenen om pijn te doen of zelfs te doden. Wat drijft iemand die leed aanricht? Psychologie van de koude grond dus, waarmee velen zich ledig houden omdat het zo’n dankbaar borreltafelgespreksonderwerp is. Het beangstigende is evenwel dat in mij ook een dader schuilt. Soms ben ik overmand door oprechte toorn. Dan is er een duiveltje in mij gevaren. Vervolgens verkoop ik iemand een mep (zelden gedaan overigens), smijt met een kopje dan wel een bord. Geef een schop tegen de deur of misschien gooi ik ‘m heel hard dicht. Waarmee ik tot bedaren kom. Meestal wel.
Wat bezielt me om toe te geven aan de kracht van het kwaad in mij? Gelukkig wint een ‘beschaafde’ ik het telkens van de innerlijke boeman. Ze sloten een duivels pact, die twee, dat al geruime tijd stand houdt.
Mocht de wanhoop nabij zijn dan is een toevlucht tot de muzen een aanrader. Ben je schrijfvaardig kies je voor een hekeldicht of schotschrift. Men kan zingen, dansen en boetseren. Madonna zong ‘Express yourself. Come on and do it’. Ben je kunstschilder dan kwak je tubes leeg en zwaai je met de kwast in de rondte.
Er zijn er die de muzen vergeten en hun gram halen achter het stuur. En zo - het woord stuurmanskunst onwaardig - handen en voeten geven aan hun dadendrang.

zondag 3 mei 2009

Antigriep

Onderweg van de parkeergarage P1 naar de aankomsthal. Om opa en oma op te halen. Een Japanse luchtreizigster rolt mij tegemoet op de loopband. Ze draagt een mondkapje. Buiten de kiosk op de nationale luchthaven puilt het rek uit. Menig land laat zich kennen door hun courant. Koppen over de pandemie. Berichten dat het zoveelste geval van Mexicaanse griep opdook. Ergens op het vaste land in Europa.
Vast en zeker arriveerde net een vlucht uit Mexico. Is die oudere heer daar aan het niezen? Op Schiphol wordt wat afgepraat en gezoend. Daar is het virus dol op. Het heeft vrij reizen, als heuse globetrotter, hoppend van continent naar continent. Zó langs de douane.
Opa en Oma landen met de KL 1592 uit Bologna. In het Toscaanse Massa is eerder op de dag een eerste Italiaanse geval Varkensgriep vastgesteld. Nieuws verspreidt zich snel, net als het virus.
In de mailbox zoals altijd spam over Viagra. Verzin eens wat nieuws, denk ik. Liever ontvang ik een aanbieding voor dozen vol pilletjes Antiflu want met een opgewekte erectie begin ik niets tegen influenza.
Thuis neem ik voor de persoonlijke hygiëne een glaasje Limoncello. Alcohol reinigt. Een passend antigriepmiddel voor dit moment.

zaterdag 2 mei 2009

Bezorgd



Op een goed gesprek met een spraakcomputer verheug ik me zelden. Die bij de bezorgservice van NRC Next is Oost-Indisch doof. De postcode gaat er nog wel in. Dan spreek ik het huisnummer zo duidelijk articulerend mogelijk uit in de hoorn. Vijfenveertig. Niet goed verstaan? OK, opnieuw. Vijf-en-veertig. Bij de tweede poging ben ik af. Dan heeft Spraco, zoals ik hem voor het gemak doop, er genoeg van. Probeer het maar online via de website, luidt het advies. Ik kan niet vragen met wie ik gesproken heb. Zelfs zijn IP-adres geeft hij niet. Of het hare, want de ingeblikte stem klinkt als die van een vrouw. Zou ze knap zijn? Onze Spracolien. Of ze dus die bananen uit haar oren wil halen.
Op de website aangekomen zijn gebruikersnaam en wachtwoord noodzakelijk. Nog geen gebruikersnaam? Nee, om eerlijk te zijn niet. Ik stik al van de gebruikersnamen. Aanvragen dan maar. Ho, ho. Wel eerst registeren. Met het abonneenummer graag, mijnheertje.
Abonneenummer? Waar haal ik een brief of nota vandaan in de stapels papier?
Voor de goede orde; we hebben het hier over service. Abonneeservice zoals ze het zelf noemen. Van Dale omschrijft service als ‘de zorg waarmee een bedrijf haar klanten van dienst is’. Soms lijkt het erop dat een bedrijf er voor wil zorgen zo min mogelijk lastig gevallen te worden door klanten. Dat de klant het bedrijf een dienst bewijst door geen beklag te doen. Juist in krantenland waar lezers verloren raken, geeft service net het zetje wel een abonnement te behouden. Zijn de uitgevers niet bezorgd?
Hevig verlangend naar een mens aan de lijn. Van vlees en bloed. Die even naar mijn gemopper luistert en me geruststelt met de mededeling dat ‘mijn’ krant onderweg is. Nee, liever geen compensatie van de losse verkoopprijs. Wat kan mij die ene euro schelen? Gewoon voortaan weer voor zeven uur ’s morgens in de brievenbus.
Spracolien, jij luistert slecht. Ik ben bang dat jij mijn type niet bent.


vrijdag 1 mei 2009

Hobbelpaard



De burgerij neemt het defilé af. Sjokkend bewondert een mensenmassa de eindeloze uitstalling van bezit. De handelsgeest wordt door Koninginnedag extra opgewekt. Menigeen wil een slaatje slaan uit de geboortedag van een wijlen vorstin. Bij elke stuiver, of het laatste dubbeltje kan het een deal zijn. Of no deal. De Hollander toont zich de geboren salesmanager.
En dan het Ballengooien. Dat heet vermaak. Zou Juliana dit voor ogen hebben gehad? Haar verjaardagsfeestje een bric a brac.
‘Er valt wat te halen, mensen!’
Men sjokt voort, langs kleedjes bedekt met restanten inboedel. Er klinkt handjeklap, terwijl geldt: wat een gek er voor geeft. Het overschot wordt hier geëtaleerd als zeldzame koopwaar. Jip en Janneke-puzzels, vier eetkamerstoelen, cassettebandjes in originele verpakking, het houten hobbelpaard. Ze wachten op een tweede leven.
Wij wandelen eigenlijk langs onszelf en kijken schaamteloos in de spiegel. Al dragen we niet alle dagen tot oud roze verschoten oranje. Ik zie me lopen, heel gewoon, niets aan de hand. Verbeelding kent geen plaats. Dit is mijn volk, mijn vaderland en zal het nimmer ontstijgen. Het is zoals het is.